Waarom egoïsten geen co-ouderschap willen

/Waarom egoïsten geen co-ouderschap willen

Waarom egoïsten geen co-ouderschap willen

In de meeste echtscheidingsmediations wordt een co-ouderschapsregeling als standaard gepresenteerd. Maar co-ouderschap is niet de standaard. Sterker nog, de term co-ouderschap is geen juridische term en komt niet eens in de wet voor!

Bij het beoordelen van een co-ouderschapsregeling in het kader van een second-opinion stel ik altijd de vraag of mijn cliënt (moeder of vader) zich voldoende realiseert dat co-ouderschap veel van ouders en vooral ook van kinderen vergt en of dit echt is wat de cliënt wil.

#1 Co-ouderschap is lijdensweg voor kinderen bij slechte verhouding
Co-ouderschap betekent namelijk in de praktijk dat ouders veel meer moet overleggen. Of, zoals een cliënte van mij zegt: ‘Ik moet nu meer overleggen met mijn ex dan toen we nog samenwoonden’. Dat is ook logisch nu de kinderen in twee huizen wonen, ze vaker wisselen van huis, er meer spullen mee ‘over’ moeten en er beter gepland moet worden. Bijvoorbeeld: wie koopt het cadeautje voor een kinderfeestje, wanneer kan een vergeten schoolboek of knuffel worden opgehaald en wie haalt de fiets op die bij school is blijven staan.

Als de verstandhouding tussen ouders slecht is en er geen of vrijwel geen communicatie mogelijk is, is co-ouderschap absoluut af te raden. In mijn ervaring is co-ouderschap dan een lijdensweg voor met name de kinderen. Zij zijn getuige van ruzies tussen ouders aan de deur en zelfs situaties van fysiek geweld. Ook worden kinderen gebruikt als boodschapper tussen de ouders en raken zij verder betrokken bij het conflict tussen ouders. Dit doet een groot beroep op de loyaliteit van kinderen en belast hen.

#2 Co-ouderschap vergt veel van flexibiliteit van kinderen
Ook brengt een co-ouderschap met zich mee dat kinderen vaker van huis wisselen en steeds op een andere plek wonen. Dat vergt aanpassingsvermogen en flexibiliteit van alle betrokkenen en niet iedereen is hiervoor geschikt. Zo zal een kind dat hecht aan structuur en regelmaat (bijvoorbeeld vanwege ADHD of autisme) het lastig kunnen vinden om steeds een wisseling van omgeving mee te maken. En voor een ouder die onregelmatige diensten werkt, kan co-ouderschap praktisch op veel problemen stuiten.

#3 Co-ouderschap beperkt je bewegingsvrijheid
Daarnaast kan een co-ouderschapsregeling je mogelijkheden om in de toekomst te verhuizen, beperken. Immers, co-ouderschap vereist dat je bij elkaar in de buurt blijft wonen, bij de school en sociale omgeving van de kinderen. Als je te ver bij elkaar vandaan woont, is de uitvoering van een co-ouderschapsregeling praktisch vrijwel onmogelijk.

Als je een nieuwe partner treft met wie je in een andere stad wil gaan samenleven, betekent dit meestal het einde van de co-ouderschapsregeling. En weet dan wel dat over het algemeen in de rechtspraak veel belang wordt gehecht aan het feit dat kinderen in een vertrouwde omgeving opgroeien. Een verhuizing kan dan zelfs tegen je werken en voor jou een weekendregeling met je kinderen betekenen. Kortom: co-ouderschap is niet een regeling waar je licht over moet denken. Het is van belang dat je jezelf een aantal vragen stelt en deze eerlijk beantwoordt:

Ben jij in staat met jouw ex-partner veel te overleggen (misschien zelfs meer dan tijdens de relatie)?
Past een co-ouderschapsregeling bij jouw leven?
Past co-ouderschap bij jouw kinderen?
Ben je bereid een regeling aan te gaan die je jarenlang vastlegt?
Geregeld hoor ik de opmerking dat co-ouderschap ‘goedkoop’ is. De ouders delen dan namelijk een groot deel van de kosten en over het algemeen hoeft er minder kinderalimentatie te worden betaald.

Echter, naar mijn mening dient een dergelijk financieel argument nooit voor te gaan op een eerlijk beantwoording van bovenstaande vragen. Is het antwoord op een van deze vragen ‘nee’, ga dan geen co-ouderschapsregeling aan: ‘Bezint eer gij begint’. Er zijn talloze andere oplossingen voor de verdeling van de zorg mogelijk waarbij wel aan ieders belang tegemoet wordt gekomen. Realiseer je daarbij ook dat naarmate kinderen ouder worden het meer gaat om de kwaliteit van het contact dan de kwantiteit (zie artikel ‘Passende contactregelingen? Maatwerk!’, zoals verschenen in Tijdschrift REP, nr. 6 september 2012). Word bijvoorbeeld de coach van het voetbal team van je zoon of dochter, zorg voor een meer uitgebreide vakantieregeling of meer weekenden in de maand of kies voor de dinsdag of donderdag als zorgdagen, zeker in geval van kleine kinderen (er wordt meestal niet gesport op die dagen, in tegenstelling tot de woensdagen en vrijdagen).

En wat je ook afspreekt: Altijd geldt dat kinderen hun beide ouders nodig hebben en zij er belang bij hebben dat dit contact met beide ouders en tussen beide ouders op een positieve wijze verloopt!

By |2018-11-02T10:37:02+00:00november 2nd, 2018|Coaching|0 Comments

Leave A Comment

error

Vind je deze blog leuk? Delen wordt gewaardeerd :)